Moskou - Valdaï - Novgorod - Moskou Zomer 2009 Vrijdag 26 juni We staan klaar om een drietal weken naar Rusland te trekken. Mijn echtgenote is van Moskou afkomstig en verlangt naar het weerzien met haar papa. Evgeni wacht ongetwijfeld met evenveel ongeduld op de komst van zijn dochter. We hebben ons vliegtuigticket reeds geruime tijd besteld en via Austrian Airlines hebben we tickets (h/t) kunnen bemachtigen aan de ongelooflijke prijs van € 150 per persoon. Een tussenvlucht naar Wenen moet je er wel bijnemen alsook het late aankomstuur, namelijk 00.30 uur. Zaventem doet zijn naam van ongezellige f*cking airport alle eer aan. De vlucht naar Wenen vertrekt te laat en we boeken dan maar met de hulp van Austrian Airlines de rechtstreekse nachtvlucht met Aeroflot. Aankomst voorzien rond 05.30 uur. Gevolg is dat we twee keer het genoegen hebben de controles van onze nationale luchthaven te mogen ondergaan. De tweede keer is werkelijk van het goede teveel. Slechts één controlepost is geopend. Honderden passagiers staan ongeveer anderhalf uur aan te schuiven. Kinderen starten begrijpelijkerwijs krijsende huilpartijen en ouderen hebben het lastig zolang in het gedrum te staan. Als je dan toch de controle voorbij bent, arriveer je in niemandsland. Het is negen uur 's avonds en met uitzondering van de toiletten en een piepkleine koffiebar, is alles potdicht. We hebben nog een drietal uur te gaan in dit blijkbaar door God en klein Pierke vergeten en door ons verwenste oord. Zaterdag 27 juni Het vliegtuig landt op het voorziene uur. Ik heb geen "immigration card" ingevuld en wordt bij de paspoortcontrole resoluut naar de laatste plaats in de rij gestuurd en mag pas Rusland betreden nadat ik dit formulier plichtsbewust heb ingevuld. De krachtige klikken van de uitvoerige stempelvoering op mijn documenten vertellen mij dat alles dan toch in orde komt. Onze taxichauffeur laat slechts een vijftal minuten op zich wachten. Vanuit het reeds verwenste Zaventem hadden we de taximaatschappij verwittigd dat we niet alleen een vijftal uren later in Moskou zouden arriveren, maar tevens in het noordelijke Sheremetovo zouden neerstrijken in plaats van het zuidelijke Domodedovo. Dat komt ervan als je vliegtuigen verwisselt. Rond zeven uur arriveren we in ons appartement gelegen in de buurt van het metrostation Schjolkovskoje.Van slapen komt er niet veel in huis. We hebben namelijk vanaf 2 juli een huisje gehuurd in Valdai en gezien de overschrijving van het huurgeld vanuit België niet lukte, hebben we beloofd om dit onmiddellijk bij aankomst in Moskou te regelen. De dichtstbijzijnde bank is een filiaal van de Sberbank en slechts enkele honderden meters lopen. Ik wissel eerst euro's voor roebels en gun het de onpersoonlijke dame achter het loket niet van harte dat zij er zomaar een commissie bijneemt. Aan een ander loket verrichten we de overschrijving. Het duurt een eeuwigheid en op de transactie van 16.000 roebel neemt deze jonge bankbediende een commissie van 480 roebel. Een euro is op dit moment ongeveer 43 roebel. Eigenlijk wordt het een terug-in-de-tijd gewaarwording. Een roebel is ongeveer zoveel waard als een oude Belgische frank. Daar gaan we terug met de duizenden. Op de vraag of het betalingsbewijs zou kunnen gefaxt worden naar het Russisch toeristisch bureau waar we het huisje geboekt hebben, krijgen we een duidelijk njet. Dan maar naar het dichtstbijzijnde postkantoor. In het postkantoor nabij het metrostation helpt een vriendelijke dame ons snel en efficiënt. Ze faxt het bewuste document naar het reisbureau in Tver en controleert telefonisch indien de boodschap is aangekomen. Het kost ons 15 roebel. In hetzelfde postkantoor bemerken we een loket waar treinticketten kunnen gekocht worden. Het is aan ons de keuze, of we kopen hier onze ticketten voor Valdai of gaan naar een treinstation. In het eerste geval zal er ongetwijfeld een commissie worden genomen en in het tweede geval sta je in een ellen- en urenlange rij. We zijn echter te moe en wagen hier onze kans. De dame in kwestie is uitermate behulpzaam. Ze regelt voor ons twee plaatsen in een vierpersoons slaapcouchette voor de trein van Moskou naar Pskov met als afstaphalte Valdai. De trein vertrekt op 1 juli iets na vijf uur in Leningradski Vagzal en stopt op 2 juli om 01.15 in Valdai. De dame zorgt dat we de twee onderste slaapplaatsen verkrijgen. Het spaart klim- en klauterwerk en je beslist dan zelf wanneer je zitbank een slaapbank wordt en omgekeerd. Ze vertelt ons nog dat we een maaltijd zullen voorgeschoteld krijgen op de trein en rekent ons een goeie 5.000 roebel aan. Blijkbaar zijn de treinprijzen fors gestegen ten opzichte van mijn vorig bezoek. Maar we hebben toch onze plaatsen. Ondanks de vermoeidheid beslissen we onze eerste inkopen te doen. Hiervoor trekken we naar één van de ongeveer dertig markten die Moskou rijk is. Met de bus rijden we naar Prebrazenskaja en enigszins verborgen achter een aantal appartementsblokken valt deze gezellige markt te ontdekken. Opnieuw worden we geconfronteerd met de toch wel verrassend efficiënte manier waarop het openbaar vervoer georganiseerd is. Onze treinticketten konden we in een postkantoor aankopen waarbij onze plaatsen op naam gereserveerd werden. Op alle bussen, trams en trolleybussen in Moskou is er een draaiboom aanwezig. Deze laat zich enkel vermurwen nadat je een geldig ticket of pasje voor zijn elektronisch oog hebt laten zweven. Een busticket kost 20 roebel. Op de trajecten van de bussen, trams en trolleybussen rijden eveneens een soort dolmussen. Ongeacht de afstand betaal je hier 25 roebel. Aan u de keus. Menige Belg of Nederlander droomt weg bij het idee rond te slenteren op een markt in het zuiderse Frankrijk, Spanje of Italië. De kleuren, de geuren, de sfeer…….Menige Moskouse markt moet hier verrassend genoeg niet voor onderdoen. Zonder mij een Moskouse marktenspecialist te durven noemen, heb ik toch bemerkt dat iedere markt zijn eigen kenmerken heeft. Rizhki viel me op door o.m. de Koreaanse lekkernijen zoals gemarineerde wortels en gevulde aubergines die door rondborstige dames worden aangeprezen. Schjolkovskoje door het verse aanbod van dagdagelijkse seizoensgroenten en -fruit. Prebrazenskaja waar we nu naartoe trekken bestaat uit een viertal hallen en een tweehonderd openluchtstanden. Hygiënische normen bepalen blijkbaar dat vers vlees, verse zuivelproducten en bereide vis- en vleesproducten in de hallen dienen verkocht te worden. Groenten, fruit en eigenaardig genoeg, verse visproducten staan in de openluchtstanden. Open lucht betekent wel onder een tent of in een koelwagen. De keuze is overweldigend. Uit zowat alle windstreken van Rusland, de voormalige Sovjet-Unie en soms de hele wereld, worden producten aangeboden. Maar we zijn moe. Het is warm en we hebben dorst. Bijna helemaal op het uiteinde van de markt staat er een kraampje met een aantal frisse vaten. Kvas ! Kvas is ongetwijfeld één van de origineelste en tevens oudste dranken die bestaan. Maar kvas brengt onze westerse smaakpapillen makkelijk in de war. Bij de eerste dronk proef je iets als licht alcoholisch verschaald zoet bruin bier of iets dergelijks. Neem je tijd, en proef nog eens, ditmaal met een volle teug. Je ontdekt dat het een levende drank is, ongefilterd en fris, en ondanks de zoetigheid uitermate dorstlessend. Roggebrood, water en gist zijn de basisingrediënten. Gewoon zalig ! In Rusland zijn de mensen verlekkerd op bessen en paddenstoelen, naast natuurlijk vele andere zaken. Maar de liefde voor de geciteerde woudproducten deel ik met hen volmondig ; wilde aardbeien, frambozen, zwarte en groene bessen en paddestoelen waarvan ik de naam in het Nederlands nauwelijks ken. Dit laatste is helemaal niet erg. Masljetta, lissitski, bjellie ; het klinkt mooi en het is lekker en deze wilde paddestoelen mogen gerust iedere week op mijn bord verschijnen. We ronden af in de laatste halle, of liever de eerste omdat we terug naar de in/uitgang van de markt zijn gelopen. Binnenin staan vlees- en melkboeren hun waren aan te prijzen. We kopen anderhalve liter verse geitenmelk en anderhalve liter verse koeienmelk. Koud en rauw smaakt de koeienmelk naar het beste roomijs. De geitenmelk smaakt naar verse kaas met een subtiele zachte "touch". De boerin vraagt dan ook wel 220 roebel voor haar anderhalve liter vloeibare verse kaas. Het weze haar gegund. We sluiten deze zaterdag af. We zijn reeds anderhalf etmaal "en route" en de Moskouse nacht zal ons al slapend ongetwijfeld verkwikken. Zondag 28 juni Het dient gezegd, mijn schoonpa heeft het appartement een schitterende opknapbeurt gegeven. Wanden zijn verplaatst, de woonkamer kent nu een eetkamergedeelte en een salongedeelte, de tweede kamer fungeert naast slaapruimte eveneens als bureaugedeelte en het balkon is een rookruimte voor mij en mijn echtgenote geworden. Het valt me op dat de appel- en de kersenbomen in de gemeenschappelijke tuin achter het appartementsgebouw flink gegroeid zijn. Het is dan ook bijna vijf jaar geleden, schat ik, dat ik nog op dit balkon gestaan heb. Naast ons is intussen een vier etageappartement afgebroken en zowat dag en nacht zijn ze bezig er een vijftien verdiepingen appartementsgebouw neer te poten. Een praktijk die je zowat overal in Moskou ziet. De crisis zal wellicht de bouwijver enigszins temperen, maar op dit ogenblik is daar weinig van te merken. Enkele Chinezen pogen stiekem een appel- en kersenpluk. Bij het zien van mijn vrouw op het balkon, verdwijnen ze geruisloos tussen de appartementsgebouwen in onze wijk. Gezien we 's morgens een hartige kop koffie lusten hebben we een kleine voorraad uit België meegenomen. Mijn schoonpa heeft een nieuwe koffiezet gekocht daar de vorige zijn beste tijd gehad heeft. Maar niemand heeft aan de noodzakelijke filters gedacht. Geen koffie dus, maar de lekkere frisse melk maakt veel goed. We beslissen om in de vooravond naar de bekende buurt Arbat te trekken om er te tafelen in het restaurant Shaslik Mashlik. Russischtaligen houden ervan om met klank en rijm te spelen in hun woordgebruik. Kroschka Kartochka, Jolki Polki, Moe Moe en Pavlin Mavlin zijn enkele voorbeelden van namen van Russische restaurants of restaurantketens. Arbat moet in Moskou de zowat meest toeristische straat zijn. Het is gelegen in een oude koopmanswijk en vandaag is het uitgegroeid tot een uitgerekt snoer van antiquariaten, souvenirshops, restaurants en cafés. Artiesten van alle slag pogen de aandacht te trekken : rapdancers, schilders, karikatuurtekenaars, balletdansertjes, klassiek geschoolde muzikanten, goochelaars, fakirs, waarzeggers en ergens een eenzame rockgroep. De metro brengt ons rechtstreeks naar Smolenskaja, het station dat zich aan het westelijke uiteinde van Arbat bevindt. We lopen voorbij de Mac Donalds alsook langs het huis dat Poeskjin in Moskou bewoonde en stoppen aan het terras van het restaurant Shaslik Mashlik. Deze zit vol en we nemen een tafel binnenin. De rijk gedecoreerde binnenruimte is nagenoeg leeg. Het goede weer en het vroege uur zijn hiervoor vermoedelijk de oorzaak. Maar niet getreurd, we zijn hier vooral om de verfijnde Kaukasische keuken eer aan te doen. Shaslik is voor Russen iets speciaals. Belgen zouden het omschrijven als een aantal gegrilde stukken vlees of vis op een spies of kortweg een brochette op den barbecue. Los van de speciale vleesbehandeling en een andere griltechniek, betekent shaslik voor de Russen vooral vrije tijd, genieten, relaxeren en gezelschap. Shaslik wordt begeleid of voorafgegaan door zakouskis (letterlijk kleine hapjes), gemarineerde alsook verse groenten, lavash (ongedesemd brood), speciale sausen zoals granaatappelsaus en tkemali (originele groene pruimensaus), de nodige drank en als het enigszins kan livemuziek. Voor de livemuziek zijn we te vroeg. Maar voor al de rest kan gezorgd worden. De menukaart is zeer, zeer uitgebreid. Heel wat specialiteiten uit Georgië, Armenië, Dagestan maar vooral Azerbeijan sieren de kaart. Twee koks staan aan de open haard hun kunsten te vertonen. We kiezen eerst voor een assortiment gemarineerde groenten, daarna volgt dolma en chinkali, als hoofdgerecht gegrilde steur en khan kebab en als dessert turkse koffie met azeirische pahlava. De dorst wordt weggespoeld met halve liters fris getapt bier. De gemarineerde groenten (tomaten, gegrilde aubergines, pepers, look, augurken), de dolma (gevulde wijngaardbladeren in lichte looksaus) en de steur, zijn voltreffers. De chinkali (een Georgisch gerecht van gestoomde deegpasteien) is gewoon goed. De khan kebab (een ovaalvormige gegrilde pens gevuld met gemarineerde en gekruide ingewanden van het schaap) is deze maal een ontgoocheling. Het ontbreekt de khan kebab aan sappigheid. Het gerecht lijkt wel een overgare groot uitgevallen hamburger. De koffie en de pahlava zijn dan wel opnieuw lekker en de frisse pinten hebben deugd gedaan. Het prijskaartje is naar Moskouse alsook Belgische normen meer dan aanvaardbaard. Zonder drank kost ons dit restaurantbezoek een zeventigtal euro voor drie personen. Voldaan kuieren we nog even door Arbat vooraleer huiswaarts te trekken. Maandag 29 juni Laten we toch maar op zoek gaan naar die koffiefilters. Het wordt een echte speurtocht. Vier, vijf supermarkten lopen we af, maar nergens vinden we onze gegeerde koffiefilters n° 4. We vinden geen koffiefilters tout court, tot een vriendelijke winkelbediende ons verwijst naar een electroshop. En inderdaad, bij de accessoires van koffieapparaten vinden we een assortiment koffiefilters. Bij ons horen koffiefilters bij koffie, in Rusland bij apparaten. Een logica als een ander. Het is bijzonder aangenaam weer. Zonnig, drieëntwintig graden en een licht briesje. We doen zoals zovele Moskovieten doen bij een dergelijk weer, we zoeken één van de vele parken op. Onze keuze valt op Ismailovski Park, een uitgestrekt park op enige metrostations afstand van onze woonst. Ooit maakte het park deel uit van een jachtdomein dat tsaren en edellieden voorzag van het nodige vertier. Nu is het een ontspanningspark voor de gewone man met menige kermisattractie, een vis- en vaarvijver, enkele oorlogsmonumenten, talrijke eet- en drankkraampjes en vooral veel bomen. Iets dieper in het park spelen mannen van alle leeftijd schaak in open lucht. Overal hangt de geur van verbrande houtskool en gegrild vlees. Bij goed weer schieten de "ljetni cafés als paddestoelen uit de grond. Letterlijk betekent dit zomercafé en meestal is dit een tent van een veertigtal vierkante meter met veel bierreclame en een buitenterras. Tot tegen de poolcirkel kan je deze "ljetni cafés" tegen het lijf lopen. En zoals steeds is er dan wel iemand in de buurt die lekkere shaslik aan het bereiden is. Het is er druk maar aangenaam. Ondertussen bespreken we de menu van morgen, want morgen is mijn vrouwtje jarig en we willen onze pa, deze achtenzeventigjarige vriendelijke beer, eens extra verwennen. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat we die verwennerij ongetwijfeld ook wel een beetje voor onszelf doen. Een boodschappenlijstje wordt samengesteld dat we morgenochtend zullen afwerken. Intussen genieten we van het weer, de omgeving en hoe kan het anders, een lekkere pint. Aan de andere kant van de hotellencomplex Ismailovo (Alfa, Gamma, Delta) waar je nog kamers kunt boeken aan betaalbare prijzen ( 70 euro per nacht voor twee personen) bevindt er zich een reuzegrote markt met allerhande textiel en nepartikelen uit Azië. Deze markt, die pal tegenover het stadion van Lokomotiv Moskou ligt, is een stad op zichzelf geworden. Verschillende hallen, duizenden standen, rondomrond hekkens en een eigen bewakingsdienst. De overheid vond het echter welletjes en heeft de hele handel dan ook maar gesloten. Politie bewaakt nu het terrein dat er blank en verlaten bijligt. 's Avonds horen we op televisie dat de regering beslist heeft om alle casino's te bannen en dat deze morgenavond om 24 uur onherroepelijk dicht moeten. Op het hele grondgebied van Rusland ontsnappen slechts enkele steden zoals Kaliningrad aan deze maatregel. Binnen een straal van vijfhonderd meter van ons appartement zijn er twee casino's gevestigd en inderdaad op woensdagochtend 1 juli zijn alle lichten gedoofd en de toegang tot beide casino's afgesloten. Blijkbaar een drastische maatregel om de goklust in te perken. Allez vooruit. Dinsdag 30 juni Mijn vrouw is vandaag jarig en ik denk dat het in de lange tijd dat we elkaar kennen, het de eerste keer is dat we deze samen in Rusland kunnen vieren. Het is een opperbest weertje en ik ben dan ook in de allerbeste stemming. We trekken naar de markt bij Prebrazenskaja en doen er onze inkopen. We haasten ons huiswaarts om deze koel te kunnen bewaren. Ik heb trek in een speciaal wijntje voor straks bij de feestmaaltijd en ik heb mijn zinnen gezet op Moldavische wijn. Mijn schoonpa vertelt me dat er een speciaalzaak is in likeuren en wijnen op een twintigtal minuten lopen. We trekken er heen en inderdaad we treffen er een winkel met een uitzonderlijk aanbod aan whisky's en cognacs en een beperkter maar nog steeds een aantrekkelijk assortiment wijnen. De meest populaire wijnen in Rusland waren de Georgische. Deze zijn vanwege een boycot niet meer vindbaar. Ook de Moldavische wijnen hebben dit tijdelijk ondergaan. De keuze aan Moldavische wijnen en cognacs is dan ook beperkt. Maar ik vind er mijn gewenst wit wijntje en kies een Moldavische cognac om mee naar België te nemen ondanks de uitbundige reclame en promotie voor de Armeense cognacs. Armeense cognacs zoals Ararat zijn mij echter te heftig en willen teveel overtuigen. Ik heb het meer voor de zachtere, tongstrelende Moldavische variëteiten. Het lijkt er op alsof we naar Rusland zijn afgereisd om hoofdzakelijk te tafelen en lekkernijen op te sporen. Het culturele gedeelte van onze reis komt er echter stilaan aan. Vanaf morgen trekken we het Russische binnenland in en bij de terugkomst naar Moskou hebben we nog enkele culturele highlights gepland. Maar vandaag is het nog even culinair genieten. De feestmaaltijd wordt gestart met een uitgebreide zakouskitafel. Drie verschillende soorten augurken (gepekeld of gemarineerd), look, pijpajuintjes, verse koriander, gemarineerde groene en rode tomaten, een kolenmix met wortels, soluguni (licht gezouten schapenkaas), verse dille, warmgerookte steur (asitrina), koudgerookte heilbot (paltus), gepekelde en gerookte inktvis (kalamar) en een op zijn geheel warmgerookte soort zalm begeleid van lavash (ongedesemd brood) . Als hoofdgerecht heeft mijn vrouw een buitengewoon lekkere couscous klaargemaakt met o.m. lamschouder uit Dagestan en kruidig verrijkt met Abchazische adjika. Adjika is een bereide specerij en heeft iets weg van het bij ons bekende sambal maar heeft een hele speciale verfijnde smaak door het gebruik van bij ons ongekende kruiden en een ongekende kruidenmix zoals hmeli suneli. Het is genieten geblazen en we hebben nu ongetwijfeld voldoende energie opgedaan om onze trektocht door noord-west Rusland aan te vatten. Woensdag 1 juli. De rugzak wordt boven gehaald. Het wordt kiezen wat wel en wat niet mee te nemen op onze tiendaagse trip. Kledij, schoenen, verzorgingsproducten, lectuur, documenten, fotoapparaat, gsm….Enfin, na wikken en wegen, vooral dit laatste, zijn we klaar om naar Valdai te trekken. Valdai ??? Waarom in godsnaam naar Valdai ? We hebben reeds een flink stuk van Rusland en de vorige Sovjetunie afgereisd, samen en ook afzonderlijk. Het is voor ons altijd een genoegen om in Moskou te zijn, daar zijn we thuis. Maar het is voor ons altijd opnieuw een belevenis om in het grote, verbazingwekkende Rusland rond te trekken. We waren in Siberië, meer bepaald in Irkutsk en aan het Baïkalmeer. We verkenden de Gouden Ring en genoten in Suzdal, Pljos, Kostroma, Jaroslavl, Rostov Veliki en Sergejev Passad. We trokken naar de Witte Zee en verbleven op de Solovietski Archipel nabij de poolcirkel. We reisden naar de Kaspische Zee en ontdekten Astrakhan. We bezochten de Volgasteden Nizhni Novgorod en Volgograd (het vroegere Stalingrad). We waren in Tatarstan en dwaalden rond in Kazan en beleefden Bulgari. We verbleven vele malen in Sint-Petersburg en werkten samen met het Hermitage. Ikzelf voelde me een ontdekkingsreiziger toen ik meermaals flinke delen van de zijderoute proefde en ronddwaalde in de oasesteden Khiva, Samarkand en Bouchara. En nog zijn er delen van dit onmetelijke land dat we ooit willen bezoeken. Op ons verlanglijstje staan o.m. nog Kamchatka, AltaÏ en de Donregio. Maar dit jaar wordt het Valdaï. Het gebied precies omschrijven is niet zo eenvoudig. De Valdai heuvels die zijn ontstaan door een wegtrekkende gletsjer is een waterrijk gebied dat zich grosso modo bevindt tussen de steden Tver, Pskov en Veliki Novgorod. Het epicentrum is het stadje Valdai met zijn nationaal park. Het 160.000 hectaren groot park, wat ongeveer de helft van een Belgische provincie beslaat, heeft sinds 2004 de status van UNESCO biosfeer reservaat. De biodiversiteit is er dan ook indrukwekkend : meer dan 750 plant- en boomsoorten, 126 mosvariëteiten, meer dan 180 vogelsoorten en meer dan 50 zoogdiervariëteiten waaronder de beer, de wolf, de lynx, het eland, het everzwijn enz. Op het territorium werden overblijfsels uit het stenen en ijzeren tijdperk teruggevonden. Het maakt van het Valdai nationaal park één van de interessantste natuurgebieden in Europa. De trein vertrekt aan de Leningradski Vagzal in Moskou. Daar komen drie stations bijeen namelijk de genoemde Leningradski (treinen naar het noorden), Yaroslavski (naar het oosten) en Kazanski (vooral naar het zuiden). Het is er altijd ontzettend druk en niet meteen de gezelligste plaats van Moskou. Iets na vijven vertrekt de trein richting Pskov. We delen een couchette met een man en een vrouw die blijkbaar beiden afzonderlijk reizen. De kranten en tijdschriften liggen klaar en na een uurtje krijgen we een vliegtuigmaaltijd aangeboden, inclusief het plastieken bestek. De treinbegeleidster van onze wagon belooft ons om ons op tijd te wekken zodat we de halte Valdaï niet missen. Van slapen komt er echter weinig in huis. Er is regelmatig gestommel in de gang en zelf gaan we af en toe naar de rookruimte die zich op het einde van de wagon bevindt. Buiten wordt het niet helemaal donker en de trein glijdt door de weidse bossen. Het groene landschap wordt af en toe onderbroken door een klein dorpje of een eenzaam station dat snel terug wordt opgeslokt. Donderdag 2 juli Schurend en piepend vertraagt de trein om dan tot stilstand te komen in een soort nowhere's land. Een zestal personen verlaten de trein en verdwijnen in de nacht. We vinden de kleine wachtzaal en de nabijliggende parking. Twee asfaltwegen vertrekken vanaf de parking. Nergens zijn er lichten te bespeuren, alleen maar bomen en duisternis. Op een tiental meter van ons staat er een eenzame man. Ook hij lijkt op iets te wachten. En dan komt plots een auto aangescheurd. Een dertiger springt uit de overjaarse Lada met een bierfles in de hand. Hij loopt op de man toe, kust hem en begroet hem uitvoerig …in het Nederlands. Het dringt eerst niet tot me door, dat hier in dit onooglijk oord, op een oneigenlijk moment, twee mannen tegen elkaar praten in mijn eigenste moedertaal. Ook zij weten met hun verbazing geen blijf als ik hen begroet en hen diets maak dat ik een toerist ben. Toerisme ? Hier, in Valdaï ? De conversatie wordt verdergezet in de bar van hun hotel. Want er is wel degelijk een hotel in Valdai en er is wel degelijk toerisme. We vertellen de Nederlander en de Belg, want dat bleek de nationaliteit te zijn van beide heren, dat de regio Valdai vooral bezocht wordt door Russische toeristen om te jagen, te vissen of om gewoonweg te rusten en van de natuur te genieten. Zij zijn in Valdai om een kippenkwekerij/slachterij op te richten. Het blijkt om een Nederlandse firma te gaan met o.m. een zetel in Moskou die actief is in de agro-industrie. Zij worden moe en gaan slapen. Wij zijn ook moe maar kunnen niet te ruste gaan. Officieel kunnen we pas na vier uur in de namiddag ons gehuurd huisje in het dorpje Vatse betreden. Het is nu drie uur in de morgen. We moeten zien de tijd door te komen. De bar is slechts een zeer tijdelijk alternatief. We drinken iets en bestellen uit verveling een koude maaltijd met diverse kaas- en vleessoorten. Rond halfzes trekken we naar het centrum van Valdai. Op een rustbank nabij het marktplein zien we het kleine stadje ontwaken. Straatvegers verschijnen, een eenzame politiewagen rijdt even voorbij en een ruime taxi dropt enkele late fuifgangers aan de rand van het ruim bemeten kerkplein. We zien de eerste mannen en vrouwen naar hun land trekken en een busje pikt een aantal vrouwen op. De klok op de Heilige Drievuldigheidskerk of is het Drievuldigheidskathedraal, wijst zeven uur. We kunnen slechts enkele honderden meters verwijderd zijn van het Valdaiski Oser of het Valdai-meer. Dat blijkt zo te zijn. Aan de verlaten oevers van het meer zien we langzaam de zachte nevel wegtrekken en verweg verschijnt op een eiland de torens van het Iversky klooster. Vanuit een lege houten barak klinkt keiharde muziek. Er is niemand. Achter een kleine deuropening ligt een vrouw te soezen. Ze schrikt op en bij gebrek aan koffie, serveert ze ons een grote kop gesuikerde thee. De tijd kruipt voorbij. Het wordt halfnegen en intussen is het normale leven in het stadje op gang gekomen. Winkels gaan stilaan open, enkele kleine busjes stoppen aan de kruising en vertrekken weer, auto's en taxi's snorren rond. We beslissen het er maar op te wagen en met een taxi naar het dorpje Vatse te trekken. We weten dat Vatse eveneens aan een meer ligt en indien we ons vakantieverblijfje nog niet kunnen betreden, dan kunnen we nog altijd aan het meer of in één of ander restaurant of café uitrusten. Dat hopen we toch. Al vlug hebben we een taxi beet en voor een 170 roebel voert hij ons een dikke tien kilometer door de bossen tot aan Vatse. Het gehucht telt misschien een veertigtal woningen waaronder een vijftiental vakantiewoningen en datcha's. Het is er stil, geen mens te zien. Alleen het gekwetter van de vogels lijkt ons te verwelkomen. Een koppel donkerbruine paarden wandelt grazend door de nabijgelegen weiden en tuinen. Plotseling verschijnt een man die ons wel leek op te wachten. Geen probleem zegt hij, het huisje is vrij en hier is de sleutel. We zijn gered ! Eerst toch enkele uren slapen. Er is een bar/restaurant in het dorpje, gelegen aan de oever van het meer. Het is opgetrokken in typische blokhutstijl. Er zijn nauwelijks bezoekers. 's Morgens, 's middags en 's avonds kan je er een maaltijd krijgen indien je vooraf hebt besteld. Het zijn vooral de inwoners van de acht huurwoningen die er komen op een familiefeest uitgezonderd. Wij kiezen voor het ontbijt en de avondmaaltijd gedurende ons verblijf. Het blijkt dat het menu voor iedere dag van de week vastligt voor het ganse jaar. We hadden gehoopt dat er een winkeltje zou zijn in het dorp om wat voorraad in te slaan. Dit blijkt helaas het geval niet te zijn. Met een taxi trekken we nog heen en weer naar Valdai en kopen wat water, wijn, bier, brood, boter, kaas en twee soorten opgelegde haring. Vooraleer we slapen gaan, rusten we nog even uit op ons balkon, genietend van de stilaan rood wordende zon, de rijzige bomen en de wilde planten in onze tuin. Vrijdag 3 juli De weersvoorspellingen spreken elkaar reeds geruime tijd tegen. Warm en zonnig weer tegenover koud en regenachtig weer zijn de twee uitersten die we te horen krijgen. Gewoon afwachten is dus de boodschap. Sedert we in Rusland zijn aangekomen hebben we het echter getroffen met het weer. We dachten dat ons geluk zou blijven duren. Maar vandaag regent het, en niet zo'n klein beetje. Meer dan een korte wandeling zit er niet in. Noodgedwongen spenderen we onze tijd in onze houten blokhut. Lectuur en puzzels worden bovengehaald. Af en toe nemen we wat frisse lucht op het balkon, maar de wind drijft regelmatig de regendruppels tot ver onder het afdakje van het balkon. Onze televisie laat enkel drie besneeuwde posten toe ; tv tsenter, ntv en rossia sport. Deze laatste zendt hoofdzakelijk herhalingen uit van voorbije en niet altijd bijzondere sportwedstrijden. NTV vertoont een aflevering van de reeks Poirot met David Suchet in de hoofdrol. In Rusland wordt alles nagesynchroniseerd. Ook in het Russisch heeft Poirot een verschrikkelijk Frans accent, maar hij spreekt toch Russisch. Belgen zijn toch ongelofelijke polyglotten ! Tegen de avond verminderen de regenvlagen en een schuchtere zon poogt ons nog wat op te warmen. Het geeft enige hoop voor morgen. Zaterdag 4 juli De nacht is koud. Gelukkig hebben we verwarming in onze blokhut. De lucht is bewolkt maar de regen blijft uit. Gisteren hebben we tussen twee buien door het dorp en de directe omgeving verkend. Vandaag willen we een fikse wandeling maken. We vinden geen echte toegang tot de dichtbegroeide en overwoekerde wouden. We volgen een asfaltweg die zich glooiend tussen de bossen slingert. Diverse zangvogels merken ons op en geven elk op hun manier een kleine serenade of aria. Na anderhalf uur stappen, bereiken we een klein dorpje waarvan de naam me nu ontsnapt. Geen café, restaurant of winkeltje te bespeuren. We gaan even uitrusten aan de oever van het meer. Een jongetje is dapper aan het vissen en wil ons de geheimen van de ervaren hengelaar uitleggen. We zien in de verte de regenbuien hangen. Misschien tijd om terug te keren? Wonderwel blijken we iedere regenbui te kunnen ontwijken. De muggenzwermen echter niet. Ze kunnen blijkbaar hun geluk niet op nu er eens iets Belgisch op het menu staat. Het blijkt duidelijk dat wie hier de bossen wil intrekken zich speciaal tegen alle ongedierte dient te beschermen en een lokale gids nodig heeft die de paden kent en de wetten van deze bossen kan lezen. Onze Ardennen lijken wel aangelegde parken in vergelijking met deze wouden. Maar de wildheid van deze bossen maakt ook hun schoonheid uit. Zondag 5 juli Eén van de twintig eilanden dat het Valdaiski Meer rijk is, herbergt het Iverski klooster. Een viertal keer per dag maakt een motorboot de overtocht vanaf de oever van het stadje Valdai. Het klooster werd in 1653 gesticht en kende eeuwenlang een grote bloei die in de Sovjetperiode grotendeels tot stilstand kwam. In 1991 werd het klooster terug aan de Russisch Orthodoxe kerk overdragen. Sindsdien werd het prachtige mannenklooster gerestaureerd en is het weer bijzonder actief. Pelgrims kunnen er overnachten mits minstens één maand op voorhand de nodige afspraken worden gemaakt. Het klooster was beroemd voor zijn kunstambachten : houtbewerking, smeedkunst, iconenkunst, drukkunst … Een aantal artefacten zijn er nog altijd te bewonderen. De bouwstijl van het Iverski klooster heeft de Russische architectuur in de 17de ¨en 18de eeuw sterk beïnvloed. In zowel de religieuze kunst als de architectuur die er ontwikkeld werd, wilde de stichter, Patriarch Nikon, "een model voor alle tijden". Klooster en omgeving zijn dan ook buitengewoon. Terwijl we het landschap en de omgeving bewonderen, bedenken we dat hier ergens in de bossen van Valdaï twee van Ruslands machtigste rivieren ontspringen : de Dnjeper en de Volga. En dat door de dichte bebossing, de talrijke meren en moerassen, de Tataarse invallers nooit Veliki Novgorod hebben kunnen bereiken, de stad waar we binnenkort naartoe trekken. Ook ergens in dit gebied had Stalin zijn datcha. Ook Putin heeft een datcha in deze regio, een eenvoudig buitenverblijf weet men ons te vertellen. Maandag 6 juli Het wordt onze laatste volledige dag in Valdaï. Morgen nemen we de bus naar Veliki Novgorod. Het verhaal van Veliki Novgorod leest als een boek en zijn naam klinkt voor iedere Rus als een klok. Vandaag wordt het echter nog even kuieren aan de oevers van het Valdaiski meer, bustickets bestellen voor morgen, wat souvenirs kopen en een restaurantje bezoeken. De taxichaufeur die ons van Vadse naar Valdaï brengt is bijzonder spraakzaam. Hij ,net zoals vele van zijn medeburgers, heeft het niet zo op de burgemeester van Valdai begrepen. In de aanloop naar de verkiezingen beloofde de lokale burgervader al het goede op de aarde, maar er kwam niets van terecht. De stad ligt er slordig bij, de consumptieprijzen van dagdagelijkse producten kunnen gerust met deze in Moskou concurreren, de huurkosten voor een appartement zijn er zelfs uitzonderlijk hoog voor een provinciestadje,…..etcetera, etcetera. Alles wat de brave man ons vertelt lijkt wel een grote grond van waarheid te hebben. Heel wat inwoners uit Valdai gaan blijkbaar in Moskou werken, zo'n 400 kilometer verderop. Ze logeren er bij vrienden of familie en komen slechts in de weekends naar huis. De lonen zijn er immers opmerkelijk hoger. Intussen lokt Valdai zelf "gastarbeiders", mensen uit meer achtergestelde gebieden of gewoon buitenlanders uit de Kaukasus, Balkan of zelfs China. Nochtans blijkt deze streek veel potentie te bezitten. Voor ecotoerisme is hier ongetwijfeld een mooie toekomst weggelegd en de natuurlijke woudproducten zoals wilde paddestoelen en bessen vinden nu reeds gretig aftrek. We kopen genummerde plaatsen voor onze busrit naar Veliki Novgorod in het kleine stationnetje in het centrum van Valdai. De bus vertrekt morgen omstreeks drie uur in de namiddag. We zoeken een klein maar gezellig restaurantje op. Het grote voordeel van restaurants in Rusland is dat deze overdag hun keuken niet sluiten. Dit maakt het mogelijk om bijna op gelijk welk uur van de dag en soms ook van de nacht, een maaltijd te versieren. We eten allebei een eenvoudige maar lekkere soep, gevolgd door wat lamsvlees, gebakken aardappelen en een portie ultraverse koude groenten in een vinigraittesaus. De naam van het restaurant is Urartu en verwijst naar een belangrijk koninkrijk tussen 1000 en 500 voor Christus in de omgeving van de berg Ararat. Eén van de bevolkingsgroepen waren de Armen of Armeniërs. Toch wel verbazend dat een restaurant in het bijna onooglijke stadje Valdai zich noemt naar een verdwenen koninkrijk van het eerste millenium voor onze jaartelling. We beslissen nog een souvenirtje mee te pikken. Valdai is beroemd voor zijn klokkengieterijen en bezit zelfs een heus klokkenmuseum. We schaffen ons een klein klokje aan, maar ééntje met een bijzonder heldere klank. Het is het geluid van Valdai dat we met ons naar België willen brengen. Dinsdag 7 juli Er zijn twee bekende Novgorods in Rusland. Het woord Novgorod komt letterlijk van nieuw en stad of met andere woorden "nieuwe stad". Vandaag spreekt men van Veliki Novgorod en Nizhni Novgorod. Veliki Novgorod (De Grote) is de historische stad en ligt op 500 km noordwestelijk van Moskou. Nizhni Novgorod (De Laaggelegen) heeft ook een interessant historisch gedeelte maar is vooral een belangrijk industrieel en commercieel knooppunt en ligt op zowat 400 km ten oosten van de hoofdstad. Na een drie uur durende busrit komen we in de namiddag aan in Veliki Novgorod. Vanaf het station nemen we een taxi naar het hotel Volkhov. Volkhov is de naam van de rivier die door Veliki Novgorod stroomt. Het is één van de zekerheden die je in Rusland hebt dat er in een stad waar er een stroom of rivier is, er zeker een hotel bestaat die de naam van die rivier draagt. Het hotel is zeer centraal gelegen, namelijk recht tegenover het stadhuis van Novgorod en op nauwelijks vijfhonderd meter van het historische Kremlin. Het hotel lijkt picco bello en voor 2600 roebel per nacht boeken we een kamer voor twee personen, ontbijtbuffet inbegrepen. Vooraf hebben we (via Russische websites) ons voorbereid op een bezoek aan deze speciale stad. Voor de Russische bevolking is Veliki Novgorod namelijk een icoon. Zelfs letterlijk en figuurlijk. Eén van de belangrijkste icoonstijlen en misschien wel de belangrijkste is namelijk deze van Novgorod. Novgorod staat ook symbool voor het eerste democratische bestuur in Rusland en tot nader order het eerste in het middeleeuwse Europa. Van 1136 tot 1478 vormde de Vetsje, afgeleid van het oudrussische woord raad of gesprek, de volksvergadering of parlement van de stadstaat Novgorod. Het was de hoogste wetgevende en rechterlijk autoriteit. Maar de honger wenkt en we hopen voor een democratisch prijsje een lekkere maaltijd te versieren. In één van de torens van het machtige Kremlin is een restaurant ondergebracht dat prat gaat op zijn typische keuken. Het restaurant is genoemd naar het Kremlin zelf, namelijk Detinets. Het omvat diverse torengedeeltes en geeft een machtige indruk. Het eten alsook de drank gaat van lekker tot verbazingwekkend goed. De lokaal gebrouwen drank medovukha (mede) smaakt naar meer. Het voorgerecht bestaat uit diverse koud- en warmgerookte zee- en zoetwatervissen en wordt gevolgd door een verbazend originele en lekkere soep op basis van sudak (een soort snoekbaars), zuurkool (!) met groene kruiden en een snuifje kurkuma. Ikzelf neem een heldere bouillon van steur. Onze smaakpapillen trillen van zowel verrassing als geneugte. Als hoofdgerecht neemt mijn vrouw gegrilde zalmmoot en ik kies voor sudak op de wijze van de tsaar. Om het geheel goed door te spoelen worden we nog verwend met enkele Belgische Stella's. Meer moet dat niet zijn. Alhoewel, de blini's (russische pannekoekjes) schijnen er overheerlijk te zijn, maar misschien is dit wel voor een volgende keer. We sluiten de avond af met een wandeling door het nabijgelegen park. Woensdag 8 juli Na een uitgebreid ontbijtbuffet begeven we ons naar het Kremlin voor de start van onze stadsexploratie. Dit machtige bouwwerk bevat tal van musea en bezienswaardigheden. Achtereenvolgens bezoeken we het museum voor houtsnijkunst, het geschiedkundige museum van Novgorod met uitzonderlijke relicten zoals geschreven bronnen op berkenbast en de iconenverzameling. Daarna bewonderen we de Heilige Sofiakathedraal, de oudste stenen kerk in Rusland, het millenniummonument en de beiaardtoren. In de kathedraal is een kleine dienst aan de gang en de ingetogenheid van dit gebeuren doet een aangename rust over de kerk dalen. Buiten zien we jonge studenten onder begeleiding van een aantal professoren druk doende tijdens langzaam vorderende opgravingen. Dit is een beeld dat Novgorod anno 2009 wellicht typeert. Overal zijn er opgravingen en restauraties bezig. De stad heeft vooral in Wereldoorlog II enorm geleden. Voor de Duitse bezetter was Novgorod de laatste grote stad in hun aanvoerlijn richting Sint-Petersburg of het toenmalige Leningrad. Deze laatste werd immers gedurende 900 dagen belegerd en ongelooflijk gruwelijke taferelen hebben zich in en rondom Leningrad en ook Novgorod afgespeeld. Tot op vandaag worden gesneuvelden gevonden in de moerassen in de regio Novgorod. Een imposante voetgangersbrug leidt ons van het Kremlin over de Volkhov naar de omgeving van de beroemde marktplaats. Net zoals in Brugge en Londen, bevond er zich in het Middeleeuwse Novgorod een kantoor van de Hanzasteden. Was Brugge het meest zuidelijke knooppunt van de Hanza, dan was Novgorod wellicht het meest noordelijke. Enkele weken terug werden er nog Hanzadagen in Novgorod gehouden en naar we vernemen was ook de Brugse burgemeester aanwezig. Later zullen we nog enkele elementen van Vlaamse aanwezigheid in Novgorod ontdekken. Maar nu genieten we van de prachtige binnenstad met zijn marktplaats en zijn religieuze gebouwen zoals de Sint-Nicolaaskathedraal en de Sint-Joriskerk. Na een eenvoudige maaltijd in een doordeweeks restaurant waar menigeen een daglunch komt verorberen, beslissen we een boottocht op de Volkhov te ondernemen. Het is een prachtige dag en het water glinstert in de zon terwijl het landschap aan ons voorbijglijdt. We varen naar het Ilmenmeer en bewonderen ondertussen de torens van kloosters en kerken. Na de boottocht maken we een onszelf opgelegde speurtocht door het oude stadsgedeelte op zoek naar de oudste apotheek van Novgorod, een befaamd gymnasium onder het tsarentijd, bewonderen op onze weg het standbeeld van Rachmaninov en besluiten de avond door te brengen in één of andere lokale tent. Een bereidwillige taxichauffeur voert ons tot aan de rand van de stad en dropt ons voor een groot uitgevallen houten barak. In de ene zaal zijn jongeren aan het biljarten en in de restaurantzaal is er een feest aan de gang met een klein orkest. Tot onze verbazing pakt de zanger plots uit met een eigen versie van Aicha, het bekende nummer van Cheb Khaled. Nadat wij ons kenbaar hebben gemaakt tovert hij zowaar een harmonica tevoorschijn en speelt hij "speciaal voor de gasten uit België" Bluesette van Toots Thielemans. Het spreekt voor zich dat deze gasten uit België er samen met het orkest een lange avond van hebben gemaakt. Donderdag 9 juli Het is veel te vroeg dag. We beslissen om het openluchtmuseum "Vitoslavitsy" te bezoeken. Dit museum van houten architectuur ligt op een tiental kilometer van het stadscentrum. Opnieuw vinden we een zorgzame taxichauffeur die ons er heen brengt. Hij zou ons tevens terug ophalen en ons bijna de ganse dag rondvoeren en begeleiden voor nauwelijks 20 euro. Maar eerst het museum ! Er bevinden zich nauwelijks meer dan vijfentwintig houten gebouwen, gaande van kerken, molens tot boerderijen, en dit verspreid over een territorium van een dertigtal hectaren. Maar wat een geuren, wat een sfeer, wat een rijkdom. Het is genieten geblazen en mocht je deze wondermooie plek ooit bezoeken, vergeet dan niet naar de openluchtbar te gaan in het midden van het territorium en daar een overheerlijke koude kvas te bestellen. Zelfs de geur van deze kvas accordeert met de omgeving. Gewoon zalig. Onze taxichauffeur staat ons op te wachten. Hij is fier op zijn stad en op haar rijke verleden. Hij stelt ons voor om een uniek vrouwenklooster te bezoeken dat dateert uit de twaalfde eeuw. Het ligt op een twintigtal kilometers maar is graag bereid om ons er heen te brengen en zelfs te gidsen. Wij hebben in een toeristische folder foto's gezien van "Varlaamo-Khutinski Spaso-Preobrazhenski Monastir" en waren onder de indruk. De lengte en moeilijkheid van de naam van dit klooster staat rechtevenredig met de schoonheid ervan. Na dit bezoek brengt onze chauffeur ons naar een bevriend restaurant waar we verwend worden met een familiale keuken, bestaande uit soep, voor- en hoofdgerecht. Hij pikt ons terug op en brengt ons naar het centrum. De vermoeidheid slaat evenwel toe en we hebben nog uren te gaan vooraleer we de slaaptrein van kwart na negen kunnen nemen, richting Moskou. We vleien ons neer aan de oevers van de Volkhov op nauwelijks honderd meter van het Kremlin. We zijn niet alleen, want voor heel wat inwoners van Novgorod is dit een favoriete plaats om even uit te rusten en te genieten van zowel de architecturale als natuurlijke schoonheid van deze omgeving. Een toren van het Kremlin staart ons aan. Het is niet zomaar een toren, het is de hoogste en meest imposante toren van dit imposante bouwwerk. Het is de toren die anders is dan de andere, en zijn originele naam is Kiekuut. Vandaag noemt men deze uitkijktoren van het legendarische Kremlin in Veliki Novogorod "Kukoi". Het is de meest westelijke toren en die kijkt richting België, Vlaanderen, West-Vlaanderen. Het was de toren die moest "uutkiekn" om ons te zien komen. Vandaag staat er echter geen kerel meer op deze toren meer om ons op te wachten. Dat doet onze chauffeur wel. Om kwart voor negen staat hij klaar voor het hotel Volkhov, zoals afgesproken. Hij brengt ons naar het station voor de trein naar Moskva van kwart na negen. Hij parkeert bijna op het perron en wild gesticulerend benadert hij diverse geüniformeerde personaliteiten. Ik ben er bijna zeker van dat hij de machinist van de trein in duidelijke taal heeft diets gemaakt dat hij ons, ongeacht welke toevalligheden of problemen, rechtstreeks naar Moskou moest brengen. De machinist had ongetwijfeld geen andere bedoeling in zijn hoofd met deze trein. Maar onze chauffeur was zo charmant en vriendelijk en wij bedanken hem dan ook in de meest aangepaste woorden. Misschien zien we hem ooit wel terug. De avond en nacht van donderdag 9 juli op vrijdag 10 juli. We vinden onze coupé. Een wat kleinere man heeft zich reeds op één van de twee benedenbanken geïnstalleerd. Wij nemen de andere bank en wachten af. We pogen de tijd te doden met wat puzzels. Net voor de trein vertrekt komt een lange, magere dertiger binnen en vult de coupé met een doordringende alcohollucht. Schokkend komt de trein in beweging. We zijn op weg naar Moskou en ik hoop zo snel mogelijk mijn slaapbank te kunnen installeren om me te kunnen neervlijen. De kleine man start een voorzichtige conversatie, iets in verband met puzzels, kruiswoordraadsels en sudoku. Intussen komt iemand in de gang dranken en snacks aanbieden tegen betaling. De niet zo welriekende dertiger, die Evgeni blijkt te noemen, geeft eerlijkheidshalve toe dat hij reeds een bepaald alcoholniveau heeft bereikt, maar zowel de kleinere man, Vladimir, als wijzelf bestellen elk een pul halve liter bier. Het is een stilzwijgend complot dat ons doet hopen dat we na het drinken van het bier minder gevoelig zullen zijn voor de alcoholdamp die onze medereiziger intussen op indringende wijze heeft verspreid. Het blijkt alras voor onze metgezellen dat wij toeristen zijn. Als mijn echtgenote hen duidelijk maakt dat we onder de indruk zijn van ons bezoek aan Veliki Novgorod en Valdaï groeit er iets van ingetogen trots bij Vladimir en Evgeni. Als zij daarenboven benadrukt dat vooral de vriendelijkheid van de bewoners van Veliki Novgorod ons gecharmeerd heeft, is het hek van de dam. Doodmoe ben ik verplicht om mij ongelooflijk te concentreren om de conversatie enigszins te kunnen volgen. Beide mannen, alhoewel ze elkaar en ook ons niet kennen, vertellen honderduit over hun werk, hun stad, hun hobby's, hun land. Zowel ernst als trots maar ook ironie wisselen elkaar af. Vladimir werkt als computerspecialist bij Pjervi Kanal, de grootste Russische televisiezender en maakt commercials. Naast kajakking is hij een specialist in onderwater- en diepzeeduiken. Evgeni heeft net een job in Moskou aanvaard als gespecialiseerde technicus en vertelt dat hij samen met zijn vrienden een afscheidsfeestje heeft gebouwd waarbij de cognac rijkelijk heeft gevloeid. Hij verontschuldigt zich hiervoor. Het blijkt ook dat hij een ongelofelijke kenner is van de gebeurtenissen gedurende de Tweede Wereldoorlog in en rond Veliki Novgorod. Hij behoort tot een groepering die vrijwillig en gratis op zoek gaat naar gesneuvelden en familieleden van de gevonden soldaten hieromtrent inlicht, zodat ze nog een waardige teraardebestelling kunnen krijgen. Hij maakt zich kwaad over diegenen die hier proberen buit uit te slaan. Hij doet verhalen over bandieten die Duitse soldaten identificeren en hun familie in het buitenland geld aftroggelen om de vindplek van het lijk te kennen. Diezelfden stelen nazisymbolen, dolken en medailles van gesneuvelden en verkopen deze op de zwarte markt aan fascistische organisaties of aanhangers. Menige keren klinkt in zijn verhaal "tak dela" wat betekent "zo is het, zo gebeurt het" en steeds is er een ondertoon van onbegrip en misnoegdheid. Intussen dendert de trein verder. Het is reeds twee uur en ik begin het gevecht tegen de vermoeidheid te verliezen. We zijn slechts een drietal uren van Moskou verwijderd en onze metgezellen bemerken dat ik toch enige slaap kan gebruiken. Vladimir is de hoffelijkheid zelve en biedt zijn benedenslaapbank aan. Mijn vrouw waarschuwt Vladimir en Evgeni dat ik gedurende mijn slaap een verbazend hoog geluidsniveau kan produceren. Beiden glimlachen en zeggen dat ze wel iets kunnen verdragen. Ik dommel weg op het eentonige ritme van de "pooesd" (trein) en droom van Kremlins, schepen, treinen en soldaten. Voor ik echter zelf een geweer moet trekken staan we in Leningradski Vagzal in Moskou. Toch wel nog wat verdwaasd nemen we afscheid van onze vrienden van één nacht. Bedankt Novgorod. De laatste dagen in Moskou (11 juli - 16 juli) De laatste dagen in Moskou gebruiken we vooral voor familieontmoetingen en genieten we van het vrij mooie weer om enkele parken en bezienswaardigheden te bezoeken. Het Rode Plein, Arbatskaya, het Ismailovski Park, maar ook een boottocht op de Moskva, een bezoek aan Kolemskoe, het complex dat door Ivan de Verschrikkelijke (in het Russisch Ivan Grosni of Ivan de Dreigende) werd opgericht en het Museum van Toegepaste Kunst. Dit laatste was in restauratie en kon mij niet bekoren zoals het voorheen deed. Slechts een gedeelte van de collectie was tentoongesteld en de wonderbaarlijke ontwerpen van keukenservies door Malevich ontwikkeld, waren spoorloos. Maar toch nog een tip : ben je in de nabijheid van Ismailovski Park weet dan dat net voor de ingang van het park op je linkerzijde een Pivnoj Bar is of een Biercafé met een ruime keuze aan heerlijke en betaalbare gerechten en een achttal lekkere bieren van het vat. Mijn schoonpa en mezelf kunnen dit volmondig en -buikig getuigen. Smakelijk.